Kinderjaren zijn rumoerig
Mijn kindertijd was om naar het kristallen oog te kijken van mijn oudtante die op de bank lag te slapen. Mijn kinderjaren zijn herinneringen aan zomers, witgekalkte muren, open deuren en siësta’s tot de duisternis intrad, mijn jeugd was de geur van insecticiden tegen vliegen die in de schemering door de ramen naar binnen kwamen. Mijn jeugd was om rumoer te horen in een vette schaal, ver weg en verbannen uit de ongerepte zee, spelletjes en ballen naast de ingestorte muur van een zonnige begraafplaats, met hun eeuwigdurende stomme doden, zo alleen, die zo rustig op ons wachtten! Mijn kindertijd was het geluid van een schelphoorn; mijn kindertijd: naar een glazen oog kijken.
(vertaling Hannie Rouweler)
LA INFANCIA ES UN RUMOR
Mi infancia fue contemplar el ojo de cristal
de mi tía-abuela durmiendo en el sofá.
Mi infancia son recuerdos de veranos,
de paredes encaladas, puertas abiertas
y siestas hasta el anochecer;
mi infancia fue el olor a matamoscas
que por las ventanas entraban al atardecer.
Mi infancia fue escuchar rumores
en una grasienta caracola, alejada
y desterrada del prístino mar,
juegos y balones junto al muro
derrumbado del soleado cementerio,
con sus muertos eternamente mudos,
tan solos, ¡y esperándonos tan quietos!
Mi infancia fue el rumor de una caracola;
mi infancia: contemplar un ojo de cristal.